24. aug, 2016

Samen spelen, samen delen

Ik zit op de bank en lees een tijdschrift. Op de grond bouwen twee van mijn dochters een prachtig dierentuinkasteel van Duplo. Ze zijn zeer geconcentreerd bezig en gaan op in elkaars fantasie. “Jij was de prinses en jij woonde hier maar je was helemaal alleen en ik was een verlaten puppy die niemand had.” Ik neem een slok warme koffie. De tuindeuren staan open want het is een heerlijke zomermiddag. De meiden stormen nu naar buiten met de duplo-poppetjes die kennelijk op reis moeten met de skelter. Ik kijk even op, het loopt wel los. En dan schiet ik keihard vol. Wat is alles normaal. Gewoon twee spelende kinderen en een moeder die koffie drinkt, de vader is werken.

Maar dit gezin heeft drie dochters en de enige reden dat nu alles normaal en vredig is, is dat die derde dochter er niet is. Die speelt een dagje bij opa en oma. Dat is ook de reden dat de vader op kantoor zit, op zaterdag. Nu kan het. Ik besef dat dit is wat ouders bedoelen wanneer ze zeggen tegen ouders met een heel jong gezin: het wordt makkelijker. Kinderen die zelf spelen, elkaar vermaken, zelf naar de wc gaan of een beker appelsap pakken. Onze jongste is pas twee jaar maar ook zij heeft mij niet de hele dag nodig. 

Hoe anders is het wanneer Hebe thuis is en zeker tijdens de drie lange weken schoolvakantie achter elkaar. Zonder de structuur van haar kinderdagcentrum is ze niet zichzelf. Dus is plassen, eten en douchen een luxe voor ons ouders. De koffie staat twee uur in de pot op ons te wachten en gaat na een opwarmsessie in de magnetron alsnog koud door de gootsteen. Om kwaliteitstijd door te brengen met de andere kinderen moet je als gezin opsplitsen en de helft de deur uit. De oudste zit absoluut wel eens een anderhalf uur te Netflixen als ik tijdens Hebe’s middagslaapje op de bank instort. Een gesprek voeren doe je na 20.30.

Nu ze een dagje weg is voel ik ook hoe snel ik herstel. Gisteren dacht ik nog dat dat nooit meer zou gebeuren. Zo gebroken voelde ik me. Maar na een dagje alles op een laag tempo, beetje aanklooien met de meiden, boodschappen, tekenen, lezen..ach, is het leven best weer fijn. Jezus wat rot. 

Ik weet dat het geen zin heeft en ik sta mezelf niet vaak toe om te verzanden in ‘what if’s’ maar wat zou ik graag drie meisjes zien spelen. Wat zou ik geven om Hebe te horen babbelen zoals andere meisjes van vier dat doen. Dat ik dan zou weten wat haar lievelingskleur was, of waar ze bang voor is. En dat ik dan gewoon kon moederen uit liefde en zou weten dat dat voldoende zou zijn en alles wel los zou lopen met mijn mooie kleuter. Gemopper horen omdat ze geen paarse my little pony krijgt in plaats van peinzen over pegsondes, wel of geen veilige slik, picto’s, medicijnen, het bestellen van nutrini’s, sondedopjes, tuutjes en slangetjes. Leven zonder constante reële angst en zoveel zorgtaken. 

Ik neem nog een slok koffie. Zou er best een drupje Jägermeister in lusten nu, denk ik. Als ik dat nou eens via de sondepomp toedien bij mezelf, 250cc in een uur. Zou me goed doen.